Van zoete Godelieve tot top Bordeaux

//Van zoete Godelieve tot top Bordeaux

De familie De Schepper, afkomstig uit de Muide, stelde afgelopen week haar vijfde wijnkasteel in Bordeaux voor. Middenin het beschermde wijndorp Saint-Emilion bouwde ze een ultrastrak ‘château’, met een oranje accent. ‘Een ode aan de Godelieve-wijn, waarmee alles begon.’

Tussen de wijngaarden in het door de Unesco beschermde Saint-Emilion bouwde de Gentse familie De Schepper haar vijfde wijnkasteel: Château La Croizille. Het nieuwe kasteel doet in niets denken aan de klassieke chateaus die de Bordeauxstreek typeren. Integendeel, het werd een hypermoderne château van drie verdiepen, gebouwd op een rots. Een hangende verdieping, in knaloranje, zweeft boven de wijngaarden. Gasten kunnen er genieten van een glas wijn met zicht op een van de mooiste en bekendste wijnstreken van Frankrijk.

De wijngaarden van het kasteel zijn al sinds 1996 in het bezit van de familie De Schepper, maar om van de Grand Cru-wijn een Grand Cru Classé te kunnen maken, moet de wijn gemaakt worden op dezelfde plek waar de druiven geoogst worden. Daarvoor startte de familie twee jaar geleden met de bouw van het kasteel.
‘Ons nieuwe kasteel doet heel wat stof opwaaien in dit beschermde dorp’, zegt Jacques De Schepper (63), die samen met zijn neef Olivier (36) aan het hoofd staat van wijnen De Mour en drankenhandel Rabotvins. ‘Sommige bewoners zijn voor, anderen fel tegen. Een middenweg is er blijkbaar niet. Er werd nog nooit zoveel over ons gebabbeld, maar dat is goed. We kozen voor oranje voor ons kasteel omdat de kleur verwijst naar het etiket van de Godelieve-wijn. Een van de grote successen van onze familie.’

De zoete dessertwijn was een hit in de jaren 60 bij oudere dames en zieken. ‘In die topperiode verkochten we 600.000 flessen Godelieve per jaar. Iedereen die in het ziekenhuis lag, kreeg toen een glaasje Godelieve om aan te sterken. Nog steeds gaan er 200.000 flessen per jaar over de toonbank.’

De De Scheppers handelen al sinds mensenheugenis in drank. ‘Mijn grootouders waren brouwers, zoals zovelen in die tijd’, vertelt Jacques. ‘Zij hadden twee zonen. Mijn oom begon een handel in sterkedrank, wat later het succesvolle Bruggeman-jenever werd. Mijn vader en moeder – Emile De Schepper en Ghislaine De Moor – startten in 1938 aan de Rabotstraat met de productie en verkoop van likeuren, waaronder Godelieve en de bekende likeur met portosmaak Forte d’Oro.’ De handel werd Rabotvins gedoopt. De zaak bestaat nog steeds aan de Vogelenzang, vlakbij de torens van het Rabot.

‘Omdat ze met hun likeuren wat te veel in het vaarwater van mijn oom zaten, begonnen mijn ouders zich na verloop van tijd meer en meer op de verkoop van wijn toe te leggen. Na een tijd beseften mijn ouders dat een eigen wijngaard goed zou zijn voor de zaak. In 1950 kochten ze hun eerste wijngaard: Château Tour Baladoz.’ Tour Baladoz is de buur van La Croizille en ligt dus ook pal in de peperdure wijnstreek Saint-Emilion. In 1964 kocht het koppel het kasteel Haut Breton in Margaux.

Noodlot

Begin jaren zeventig namen Jacques en zijn twee jaar oudere broer Firmin de zaak over van hun ouders. De broers waren twee uitersten. ‘Ik ben eerder stil, terwijl mijn broer zeer extravert was. Ik hield me bezig met de cijfers en de administratie, hij met de wijn’, zegt Jacques.

Toen Firmin De Schepper op 21 december 1987 op weg was naar het kasteel in Margaux, sloeg het noodlot toe. ‘Het vliegtuig waarin mijn vader zat, stortte neer tijdens de landing. Op amper 5 kilometer van het vliegveld van Bordeaux’, zegt zijn zoon Olivier.

Jacques stond er opeens alleen voor, maar besloot toch verder te gaan met zijn zaken: Rabotvins en De Mour, waar de wijnkastelen onder vallen. ‘Die naam is een eerbetoon aan mijn moeder – Ghislaine De Moor – maar om het wat internationaler te doen klinken, hebben we hem maar verfranst.’ In 1992 kocht Jacques Château Tayet, in 1996 volgde La Croizille – toen nog wijngaarden zonder kasteel.

In 2000 besloot Firmins zoon Olivier – die toen pas 23 was – in de voetstappen van zijn vader te treden. ‘Ik was tien jaar toen mijn vader stierf. De meeste herinneringen die ik aan hem heb, spelen zich hier af, in Frankrijk. Vandaar dat ik hier zo graag ben en dat ik het nooit over mijn hart zou krijgen om de domeinen te verkopen.’

‘Ik was zeer blij toen Olivier mee in de zaak stapte’, zegt Jacques. ‘Hij lijkt sprekend op zijn vader: even vlot en extravert.’ Samen kochten ze in 2004 hun vijfde wijndomein Château Lacombe Cadiot.

Koninklijk

De wijnen van De Mour worden ook gesmaakt op het paleis. ‘We zijn al tien jaar hofleverancier van de koninklijke familie’, zegt Jacques. ‘Elk jaar bestellen ze 120 flessen van elk kasteel. Maar ze drinken dat niet alleen op hé…. Op het huwelijk van Laurent hebben we ook de wijn mogen leveren bij het hoofdgerecht.’

De voorbije jaren zag de familie de markt voor hun Bordeauxwijnen volledig veranderen. ‘In Europa is er steeds minder vraag naar, vooral door de opkomst van de wereldwijnen’, zegt Olivier. ‘Maar gelukkig is er Azië. Pas zeven jaar geleden hebben we ons ook op de Chinese markt gericht. Dat is intussen al goed voor 40 procent van de verkoop.’

In 2006 kwam Oliviers zus Isabelle in de zaak en sinds kort doen ook Jacques zijn kinderen mee: Laurent en Hélène, die met haar man sinds kort in Bordeaux woont. De toekomst voor De Mour is dus nog even verzekerd. ‘Ik heb mijn kinderen nooit in die richting geduwd’, zegt Jacques. ‘Maar ik ben blij dat ze er toch voor gekozen hebben om in de zaak te komen. Dat stelt me gerust.’

‘Ik ben ervan overtuigd dat we met onze nieuwe wijnkasteel La Croizille een grote sprong voorwaarts kunnen nemen. In bekendheid, maar liefst ook in de verkoopcijfers. Ik geloof sterk dat er in de toekomst plaats zal zijn voor twee soorten wijn: de goedkope langs de ene kant en aan de andere kant de topwijnen, waaraan een verhaal vasthangt. Wij behoren tot die tweede categorie.’

2013-07-15T16:10:16+00:00 22 juni 2013|